Papier was in de 4e eeuw uitgevonden in
China. Via de Arabieren kwam papier naar het Westen. In de twaalfde
eeuw werd in Spanje voor het eerst papier gemaakt in Europa. Vanuit
Spanje verspreidde het maken van papier zich razendsnel over
West-Europa.
Meester Henk!! Hoe maakte men papier?
Papier werd gemaakt van lompen of
vodden; oude kleren. En het beste papier werd gemaakt van vodden van
linnen. Paper werd daarom ook heel
oneerbiedig "lompenperkament" genoemd.

Meester Henk!! Wat is linnen?
Linnen is een stof die wordt gemaakt van vlas.
Vlas
is een plant. Het werd vooral in Frankrijk en Vlaanderen geteeld.
Na het oogsten volgde een omslachtig proces van roten en braken, met
als eindresultaat vlasvezels waarmee linnen kon worden geweven.
De linnen vodden werden door de papiermaker eerst gesorteerd en
gewassen en op een grote hoop te rotten gelegd. Dan werden de vodden in
stukken gesneden en in een papiermolen tot pulp geslagen door middel
van grote hamers. Deze hamers werden vaak aangedreven door waterkracht.
De pulp werd in een groot vat vermengd met water en regelmatig met een
grote lepel geroerd. Een vuurtje moest zorgen dat de pulp op een
bepaalde temperatuur bleef. Na een aantal dagen kon men er dan papier
van maken.
Meester Henk! Meester Henk! Wordt papier nog
steeds van lompen gemaakt?
Nee, tegenwoordig wordt papier van gemalen
bomen, houtpulp, gemaakt. Maar nu verder met de les.

De papiermaker had een rechthoekige zeef. De grootte van de zeef was
afhankelijk van de papiergrootte die men moest maken.
De papiermaker stak de zeef in de vloeibare pulp. Dan tilde hij de zeef
eruit en verdeelde de pulp over de gehele zeef. Dan schudde hij de zeef
een aantal keren. In het schudden van de zeef zat het vakmanschap van
de papiermaker. Door het schudden verdeelden de pulpdeeltjes zich mooi
regelmatig, zodat je sterk papier kreeg dat overal even dik was. Het
verkregen vel paperpulp werd dan voorzichtig op vilt gelegd. Dan werd
de zeef opnieuw met pulp gevuld en geschud. Er werd een nieuw stuk vilt
op het eerste blad papier gelegd. Hierop kwam het tweede blad. Zo ging
men door tot de stapel papier op vilt hoog genoeg was. Dan werd de
stapel papier onder een pers gelegd en door sterke mannen aangedraaid.
Al het water werd er hierdoor uitgeperst. Het papier was nu sterk
genoeg om voorzichtig te behandelen. Het werd van de vilt getrokken en
opgehangen om te drogen.
Het ruwe papier werd vervolgens op het juiste formaat gesneden. Om het
papier glad te maken, werd ze in een bad gedaan. Een bad van heet water
met dierlijke eiwitten, vaak gekookte huiden of botten en aluin. Dan
werd het bewerkte papier opnieuw onder de pers gelegd, gedroogd en voor
een tweede keer platgedrukt. Dan volgde een laatste inspectie op
eventuele foutjes en werden de vellen papier verpakt tot een riem.
Meester Henk!! Wat is een riem papier?
Een riem was de standaard waarin papier werd
verkocht. Een riem papier bestond uit 20 katernen van ongeveer 24 of 25
vellen papier. In Nederland rekende men 480 vellen papier per riem,
maar in andere landen 20 vellen meer.
We weten ook welke vellen papier door welke papiermolen zijn gemaakt.
Ieder papiermolen bracht in het papier zijn eigen kenmerk aan. Een
zogenaamd watermerk. Dat maakten ze door een figuurtje van ijzerdraad
in hun zeven te leggen. Dit figuurtje vind je dan terug in hun
papier.

Heb je nog een vraag? Mail het naar meester Henk
Bron: Huib van Krimpen; Boek
over het maken van boeken. Veendaal, 1986
Philip Gaskell; A new
introduction to Bibliography.Oxford, 1985
Ross King; De boekhandelaar
van Florence. Over de renaissance, de boekdrukkunst en de veranderende
kracht van ideeen. Amsterdam, 2021
15 mei 2026
.