|
|||
In 1230 werd in Noord-Duitsland de grootste handelsgilde van Europa opgericht: de Hanze.In 1230 sloot de stad Lübeck
een verdrag met de stad Hamburg. Hierin beloofden zij elkaar onderlinge
vriendschap en vrijhandel. Zij sloten dit verbond om hun handelaren te
beschermen en te ondersteunen. Hiermee hadden de twee Duitse steden het
grootste gilde van Europa opgericht. Het verbond tussen Lübeck en
Hamburg kreeg een naam: de Hanze. Meester Henk! Welke steden? Te veel om op te noemen. Maar hier komen de belangrijkste: Hamburg, Keulen, Bremen, Hannover, Kiel, Duisburg, Bergen (Noorwegen), Gdansk, Brugge, Londen, Kopenhagen, Stockholm, Tallinn, Riga, Rostock, Wismar en Novgorod. Maar er waren nog veel meer steden die lid waren van de Hanze. Op het hoogtepunt van de Hanze waren bijna 200 grote en kleine steden er lid van.
Ook Nederlandse steden sloten zich aan
bij de Hanze: Zwolle, Groningen, Deventer, Zutphen, Tiel, Elburg,
Stavoren, Bolsward en Harderwijk. Meester Henk! Wat zijn handelsprivileges? De handel ging voor het grootste deel over wegen en rivieren. Daar moesten de handelaren tol betalen aan de lokale machthebbers of de landsheer. Tol is een soort belasting die je moest betalen om gebruik te mogen maken van een weg of rivier. De Hanze onderhandelde met de heren voor verlaging van de tolgelden. Maar ook exclusieve handelsrechten en handelsroutes behoorden tot de privileges. Zo verkregen handelaren uit Noord-Duitse steden het alleenrecht om in de stad Novgorod handel te drijven. Alleenrecht betekende dat er geen handelaren buiten de Hanze, handel mocht drijven in Novgorod. En Novgorod was niet de enige stad waar de Hanze alleenrecht had. Soms werkte een landsheer niet mee. Dan liet de Hanze haar spierballen zien. In 1368 had de koning van Denemarken de Sont afgesloten. Hij eiste meer tolgeld. Hierdoor konden de koggeboten niet meer van de Noordzee naar de Oostzee. Dat vonden de Hanzesteden niet leuk. Ze probeerden de koning te overtuigen dat hogere tolgelden slecht voor de handel en dus voor de koning zouden zijn. Maar koning Waldemar dacht daar anders over en sloot de Sont af. De Hanzesteden stuurden daarop schepen met soldaten naar Denemarken. Na een korte oorlog werd koning Waldemar tot de orde geroepen. Hij moest de Sont openen en het tolgeld verlagen. Als straf verloor hij Zuid-Jutland en verkregen de Hanzesteden veel exclusieve handelsrechten in Denemarken. In de loop van de 15e eeuw werd het monopolie van de Hanzesteden in de Oostzee steeds meer betwist. Steden in het westen van Nederland (Holland en Zeeland) begonnen handel te drijven met het Oostzeegebied buiten de Hanze om. Dit leidde tot conflicten. Tussen 1438 en 1544 vochten de Hollanders en Zeeuwen, onder aanvoering van Amsterdam, vier Sontoorlogen uit met de Hanzesteden in Noord-Duitsland. Oorlogen om de vaart door de Sont en hun handel met de Oostzeehavens veilig te stellen. Want de handel op de Oostzee was omvangrijk en er werd goed aan verdiend. Op de heenweg namen zij wijn, zuidvruchten, zout, haring, bier, kaas en laken mee. Op de terugvaart hout, bont en graan.
Aan het begin van de 16e eeuw verzwakte
de positie van de Hanze steeds meer. Naast de komst van handelaren uit
Holland, Zeeland en Engeland kwamen er ook sterke koningen in de landen
rond de Oostzee. De sterke machthebbers deden niet meer wat de
Hanzesteden hen vertelden. Hierdoor verloor de Hanze zijn sterke
onderhandelingspositie. En daarmee verloren zij hun exclusieve
handelsprivileges. Veel steden verlieten de Hanze, want zij was niet
meer interessant. Aan het eind van de 16e eeuw was de Hanze verdwenen. Heb je nog een vraag? Mail het naar meester Henk. Hopelijk weet hij een antwoord. Bron: Ben Speet; De tijd van steden en staten. Kleine geschiedenis van Nederland, deel 4. Zwolle, 2008. Wikipedia, Hanze. Henri Pirenne, De Middeleeuwen. Amsterdam, z.j. blz.207-225. Wim Blockmans, Metropolen aan de Noordzee. Amsterdam, 2012. 12 mei 2026 |
|||