Nieuwe koninkrijken

Rond 1200 v. Chr. werd het Midden-Oosten opgeschrikt door nieuwe migratiegolven. Iedereen leek te willen verhuizen.


Rond 1200 v. Chr. werden de landen in het oosten van de Middellandse Zee opgeschrikt door de komst van nieuwe volkeren. Vanuit het westen trokken de “Zeevolken”, een verzamelnaam van allerlei Indo-Germaanse stammen, het oostelijk Middellandse Zeegebied in. Uit Thracië kwamen de Frygiërs, Lyciërs en Urumi. En vanuit het zuiden trokken de Arameeërs Syrië en Zuid-Anatolië binnen.

Al deze verhuizingen veroorzaakten grote onrust. Bestaande koninkrijken verzwakten en sommigen, zoals het Hettitische Rijk, verdwenen compleet. Door alle onrust noemen historici de periode tussen 1200 en 800 v. Chr. een “duistere” periode. Niet omdat er geen zon meer scheen maar wij weten bijna niets over deze tijd. Als het stof van de eeuwen van onrust eindelijk optrekt zien wij dat er nieuwe rijken in Turkije zijn ontstaan: Frygië, Lydië, Oerartoe en de Griekse stadstaten.


De Griekse stadstaten.

Rond 1200 v. Chr. drongen, vanuit de Balkan, de Doriërs Griekenland binnen. Hun opmars was zo onstuimig dat zij pas op Kreta stopten. Door hun komst besloten veel Grieken te gaan verhuizen. Zij gingen naar een gebied die zij al een beetje kenden door hun handelsreizen: Anatolië of Klein-Azië. Daar namen zij bezit van de rivierdalen aan de kust en stichtten zij hun poleis.

Meester Henk! Poolijs?

Geen poolijs maar poleis. Poleis is de meervoudsvorm van het woord polis. Een polis was een stad met een omliggend stuk land. De meeste poleis hadden een omvang van ongeveer 50 tot 100 km². In de stad stond meestal een acropolis. Een acropolis was een versterkte heuvel waar de mensen in tijden van gevaar naar toe konden vluchten. Midden op de acropolis stond vaak een tempel voor de beschermgod(in) van de polis. Maar de belangrijkste plek in de polis was de agora, de markt. Een plein waar handel werd gedreven en de mensen lekker konden kletsen en roddelen.

Het gebied met deze Griekse steden in Anatolië werd Ionië genoemd. En de mensen Ioniërs of Oost-Grieken.
De Ionische stadstaten waren verbonden door hun ene taal en hun gemeenschappelijke goden en tradities. Al snel brachten landbouw en de handel hen rijkdom. Zij dreven niet alleen handel met de nieuwe rijken in Anatolië als de Frygië en Oerartoe, maar ook ver van huis. Zo bouwden zij handelsposten in Italië, Frankrijk en Spanje. Maar ook met Egypte en Mesopotamië werd handel gedreven.

Door hun rijkdom en contacten met mensen uit andere landen bloeide ook hun cultuur. Door al het reizen kreeg de Oost-Griek Anaximander (ca. 530 v. Chr.) het idee om een wereldkaart te gaan tekenen. Hij tekende Europa en Azië even groot, omringd door de Buitenste Oceaan. Meer wist hij niet. Gelukkig heeft Hecataeus de kaart verbeterd. In 500 v.Chr. tekende hij ook alle, hem bekende steden in de kaart. Daarvan maakte hij ook een lijst; “Kring van de Aarde”.  Ook waren de Griekse stadstaten de eerste plekken waar de wetenschap ontstond.

Meester Henk!! Wat is wetenschap?

Voor de komst van de wetenschap probeerden de mensen de wereld te begrijpen door middel van mythen. Mythen zijn verhalen. Verhalen die de ouders aan hun kinderen vertellen. En die weer aan hun kinderen. Dus vaak heel oud. In die verhalen wordt een verklaring gegeven voor een bestaande gewoonte of een gebeurtenis uit het verleden.

Maar rond 600 voor Chr. waren er mensen in de Griekse stadstaten in Klein-Azië die niet meer in de mythen geloofden. Zij probeerden de wereld te verklaren door goed te kijken. Zij probeerden het antwoord op een vraag te vinden door bijvoorbeeld heel goed naar de natuur te kijken en op grond van wat zij zagen een theorie te maken. De bekendste van deze Ionische natuurfilosofen was Thales van Milete.

Ook de allereerste meester Henk kwam uit een Oost-Griekse stad: Herodotus van Halicarnassus. Hij wordt gezien als de grondlegger van de geschiedschrijving.
In 546 v. Chr. veroverde Cyrus, de koning van Perzië, de Griekse stadstaten en voor een periode van ruim twee honderd jaar waren de Perzen er de baas.

Frygië

Over de vroegste geschiedenis van de Frygiërs weten we niet zo veel. Maar rond 750 v. Chr. hebben zij een koninkrijk gesticht in Centraal-Anatolië. Een behoorlijk groot rijk dat tussen de 8e en 4e eeuw v. Chr. tot bloei kwam. Hoewel de Frygiërs vaak overmeesterd werden door sterkere volkeren als de Assyriërs en de Perzen, verdween Frygië pas in 334 v. Chr.. Het werd toen veroverd door de Macedoniërs o.l.v. Alexander de Grote.
De hoofdstad Gordium zal altijd verbonden blijven aan de “Gordiaanse knoop”. Deze zeer ingewikkelde knoop lag in een tempel in Gordium. De mythe was dat degene die deze knoop kon ontwarren, heel Azië zou veroveren. Nadat Gordium door Alexander de Grote was veroverd, brachten zij hem ook naar de tempel met de Gordiaanse knoop. Na uren knoeien, was Alexander er helemaal klaar mee. Hij pakte zijn zwaard en hakte de knoop doormidden. “Zo, opgelost.” zei hij.

De Frygiërs stonden ook bekend om hun muzikale talenten. Zo hebben zij de kithara, een snaarinstrument, en de panfluit uitgevonden. Muziek had een belangrijk rol in hun godsdienst en dan met name in de Cybele-cultus. Cybele was een vruchtbaarheidsgodin; de Grote Moeder. In haar tempel in Pessinus, vlak bij Gordium, waren muziek en dans belangrijke onderdelen om Cybele te aanbidden en gunstig te stemmen. Cybele is één van de dingen die de Frygiërs hebben doorgegeven. Zelfs de Romeinen aanbaden Cybele. Met muziek en dans.
Naast hun muziek en Cybele zijn de Frygiërs ook bekend geworden door hun tumuli, grote grafheuvels. Deze graven hebben prachtig beschilderde tegels en mozaïkvloeren. Ook staan ze vol met meubels en serviesgoed; borden, kommen, schalen, etc.

Maar de Frygiërs zijn het bekendst geworden door de verhalen over hun koning Midas. In één verhaal heeft hij een vriend van de god Dionysus hoffelijk ontvangen in zijn paleis. Hij mag daarom een wens doen. Wil je het hele verhaal weten? Klik dan hier.

Oerartoe


Van de Oerarteeërs weten wij niet zo veel. Maar ergens in de 9e eeuw v. Chr. hebben zij zich verenigd in één staat rondom het Van-meer, het Urmiameer en de berg Ararat. In de 8e eeuw moet het kortstondig een sterk land zijn geweest. Vooral doordat hun sterke buren wat slapper waren geworden. Maar voor de rest hadden zij niet veel macht en rond 600 v. Chr. verdween het rijk Oerartoe. Het gebied werd opgeslokt door de Meden, een Iraans volk.
Op cultureel gebied vinden archeologen zeer kenmerkende bronzen ketels op hoge poten terug. Blijkbaar was dit een exportproduct van de Oerarteeërs want deze ketels worden in veel gebieden teruggevonden. Ook moeten zij goede bouwers zijn geweest. Zo waren zij heel goed in het bouwen van stenen aquaducten en kanalen. Die werden gebruikt voor de irrigatie van hooggelegen land. De stenen kanalen worden nog steeds gebruikt.

Lydië.

Lydië ontstond kort na 700 v. Chr. in het achterland van de Griekse stadstaten. Koning Gyges stichtte het rijk en maakte van Sardes de hoofdstad. De eerste eeuw moesten de Lydiërs zich vooral verdedigen tegen de Cimmeriërs om hun plekje te behouden. Maar koning Alyattes II (609-560 v. Chr.) rekende definitief met de Cimmeriërs af. Vanaf toen heersten de Lydiërs over West-Anatolië. Het rijk strekte zich uit tot de rivier de Halys, de grens met het rijk van de Meden.
Lydië stond bekend om zijn rijkdom en dan met name zijn bodemrijkdom. In Sardes werd een groot gebouw opgegraven met wel 300 ovens waarin zilver en goud werd gesmolten en tot munten verwerkt. Edelmetaal was de belangrijkste exportartikel van de Lydiërs.
De opvolger van Alyattes II was zijn zoon Croesus. Koning Croesus onderwierp alle Griekse stadstaten. Alle Oost-Grieken moesten vanaf toen belasting aan de Lydiërs betalen. Croesus gold als de rijkste man ter wereld (zie boven).

In 547 v. Chr. trok Croesus ten strijde tegen de Perzië. Voordat hij vertrok raadpleegde hij het Orakel van Delphi. Het orakel sprak: “Als Croesus ten strijde trekt tegen Perzië  zal een groot rijk ten onder gaan.” Dat was goed nieuws en opgelucht begonnen de Lydiërs aan de veldtocht.
Bij de rivier Halys troffen de legers elkaar maar geen van tweeën was sterk genoeg om te winnen. In de herfst trok Croesus zijn legers terug naar Sardes. Hij vertrouwde erop dat hij Sardes goed kon verdedigen. Daarom liet hij een groot deel van zijn leger naar huis gaan. In de winter werd er toch niet gevochten en Croesus zat veilig in zijn hoofdstad. Maar koning Cyrus van Perzië trok zich niet terug. Ondanks het koude winterweer stuurde hij zijn legers naar Sardes. Na een belegering van een paar weken werd de stad ingenomen en werd Lydië een provincie van het Perzische Rijk.
De voorspelling van het Orakel van Delphi was dus juist. Maar helaas niet zoals Croesus had gedacht, hij had zijn eigen rijk verwoest.

Hen je nog een vraag over de nieuwe koninkrijken in Turkije? Mail ze naar meester Henk.

Turkije in de Steentijd

Turkije in de Bronstijd

Het Hettitische Rijk

De Perzische tijd

De Hellenistische tijd

 

.Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

23-04-2021

  

 

 

Filmpje over de Griekse polis

Zo leefden de oude Grieken