De markten

In onze stad kun je drie soorten markten aantreffen: dagelijkse markten, de wekelijkse markt en de jaarmarkt.


Hier staan wij op de Grote Markt. Aan dit grote plein staan alle belangrijke gebouwen. Maar daarover vertel ik straks meer. Eerst het plein.

De belangrijkste functie van het plein was de markt. In de stad waren drie soorten markten. Voor de inwoners van de stad waren de dagelijkse markten het belangrijkst. De dagelijkse markten waren kleine marktjes waar de inwoners van de stad hun eten konden kopen. Boeren uit de omgeving boden hier de dagelijkse boodschappen aan: graan, bonen, vlees, vis, groenten, brandhout, turf, eieren en zuivel (boter, kaas, melk). Vaak had ieder product een eigen plekje in de stad. Dus je had een botermarkt, een vismarkt, een groentemarkt, etc.

Op het grote plein werd de wekelijkse markt gehouden. Daar werd niet alleen voedsel aangeboden maar ook vele andere goederen. Een lijstje uit 1345 uit de stad Brugge geeft een beeld wat er werd verkocht.

  • Aardewerk (borden, kommen)
  • Metaalwaren (pannen, potten, messen, gereedschap)
  • Manden
  • Touw
  • Hoeden, kousen, handschoenen, linnengoed (=lakens)
  • Klompen
  • Koek, zout en peper.

De wekelijkse markt trok niet alleen kopers uit de stad maar ook bezoekers uit de omgeving. Boeren en dorpelingen deden hier ook hun boodschappen.

x

Maar de mooiste en spannendste markt was de jaarmarkt. De jaarmarkt vond niet alleen plaats op het grote plein, maar ook in de brede straten naar het plein. Een jaarmarkt duurde vaak meerdere dagen, soms wel twee weken.
Tijdens de jaarmarkt kwamen naast de gewone marskramers ook marktmannen met handel uit alle windstreken. Er waren marktstallen met spullen die wij normaal nooit zagen. Er was zijde, glaswerk, brillen, specerijen, vijgen en amandelen uit Italië. Maar ook pelzen uit Rusland en barnsteen uit Zweden en Noorwegen.
De jaarmarkten waren zeer gunstig voor de economie van de stad. Daarom kregen alle handelaren tijdens de jaarmarkt vrijgeleide over de wegen en waterwegen van de landsheer, lage toltarieven en marktvrede in de stad. Marktvrede betekende dat de handelaren onder speciale bescherming van de landsheer stonden. Zij mochten bijvoorbeeld niet door een schuldeiser worden gearresteerd. De marktvrede werd soms aangegeven door een groot kruis op de markt, de marktkruis.

Naast de verkoop van goederen trok de jaarmarkt ook heel veel muzikanten, goochelaars, toneelgezelschappen, berentemmers met dansende beren, rondreizende chirurgijns en kwakzalvers. De markt was van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat één grote kermis. Acrobaten haalden kunstjes uit en balanceerden op een touw, muzikanten maakten muziek en de mensen dansten op straat.  Rondreizende chirurgijns trokken tanden en kiezen en kwakzalvers prezen hun drankjes en zalfjes aan. Ook stonden er grote wagens waarop rondreizende toneelgezelschappen hun spel lieten zien. Toneelspelen met muziek en liedjes en veel lawaai als schrikeffect als plotseling de duivel tevoorschijn kwam. Want de toneelstukken gingen vaak over de strijd tussen goed en kwaad. Maar je moest ook goed uitkijken want ook gauwdieven kwamen op de jaarmarkt af en je geldbuidel was snel gerold.
Na enkele weken was de markt voorbij en keerde de rust weer terug in de stad. De handelaren en straatartiesten reisden af naar een  jaarmarkt in een andere stad. En ik verlang al naar de jaarmarkt van komend jaar.

t

 

Heb je nog een vraag naar aanleiding van deze les? Stuur je vraag dan naar meester Henk.

September 2, 2019

.Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

  

 

 

n

 

 

v

 

 

n