Het Hettitische Rijk

Rond 2400 v. Chr. kwam een nieuw volk in Turkije wonen: de Hettieten.


Het Hettitische Oude Rijk (ca. 1750 – 1450 v. Chr.)

Rond 2400 v. Chr. arriveerde een nieuw volk in Turkije: de Hettieten. Zij kwamen uit het gebied boven de Zwarte Zee.

De Hettieten waren nomaden. Zij trokken met hun kuddes rond en woonden overal. Maar na een paar eeuwen ging een deel van hen in de Hattische steden wonen. Daar werden zij al spoedig de belangrijkste en machtigste mensen. Zelfs zo belangrijk dat zij de macht van de Hattische koningen overnamen. Rond 1650 v. Chr. hadden de Hettieten in alle stadstaten de macht overgenomen en werden al  die losse staatjes verenigd in één koninkrijk o.l.v. koning Hattusjili I. Hattusja, het huidige Böğazkoy, werd de hoofdstad van het Hettitische Rijk. Hattusja lag in de vallei van de rivier de Halys. Hier kwamen twee belangrijke handelsroutes samen. Hattusjili en zijn opvolger Moersilis (1620-1595 v. Chr.) veroverden gebieden langs deze handelsroutes. Al snel trokken de Hettitische legers over het Taurusgebergte. Daar troffen zij de steden van de Syrische vlakte. Die moesten allemaal buigen voor de kracht van de Hettitische legers.

Hun militaire successen waren het gevolg van de inzet van een nieuw aanvalswapen: de lichte, wendbare strijdwagen met twee wielen, getrokken door één of twee paarden.
Hiermee wist koning Moersilis zelfs het machtige Babylon te veroveren. Helaas mocht hij daar niet te lang van genieten. In 1595 v. Chr. werd hij door zijn zwager vermoord. Na de moord volgden er meerdere paleisopstanden. Veel machtige families vochten om de macht en de troon. Het gevolg was een enorme chaos in het Hettitische Rijk en de Hettieten verloren de controle over grote delen van de veroverde gebieden. Deze gebieden scheurden zich af van het Hettitische Rijk en ontwikkelden zich tot zelfstandige koninkrijken. Zoals het Hoerritische rijk Mitanni in Oost-Turkije. Het Hettitische Rijk kromp en kromp tot er alleen het gebied rond Hattusja nog over was.


Het Groot Hettitische Rijk (ca. 1400 – 1180 v. Chr.)

Na 1380 v. Chr. veranderde de situatie ingrijpend toen koning Soeppiloelioema aan de macht kwam. Onder zijn leiding werd het Hettitische Rijk de derde grootmacht in het Nabije Oosten, naast Egypte en Mesopotamië. Eerst vestigde hij zijn macht in Anatolië. Vervolgens versloeg hij het koninkrijk Mitanni en werd hun hoofdstad onder de voet gelopen (1370 v. Chr). Hiermee lag de Syrische vlakte open. Hier raakte hij in conflict met de Egyptenaren die hier ook de baas wilden spelen. Maar na een aantal vechtpartijen kwam de gehele Syrische vlakte in Hettitische handen.

Toen koning Soeppiloelioema in 1345 overleed probeerde Egypte opnieuw om de Hettieten uit Syrië te verdrijven.  Maar bij de beroemde slag bij Kadesj (1285 v. Chr.) versloegen de Hettieten de Egyptische legers van farao Ramses II. Egypte moest toen de macht van de Hettieten erkennen. De vrede werd bezegeld met huwelijken tussen de beide koninklijke families. Hettitische prinsen trouwden met Egyptische prinsessen. Toen was er liefde en geen oorlog.

Het Hettitische Rijk was anders dan de culturen in andere koninkrijken in het Midden-Oosten. In de eerste plaats was het een multiculturele samenleving. In het Hettitische Rijk werden minstens acht talen gebruikt. Overwonnen volkeren werden niet bruut onderdrukt maar kregen een grote mate van autonomie. Dat wil zeggen dat ze hun eigen taal mochten blijven spreken en hun eigen goden mochten blijven aanbidden. Hun talen en godenwereld werden zelfs opgenomen in de Hettitische cultuur. De Hettieten probeerden ook om, als het even kon, hun vijanden door verdragen aan zich te binden. Ook hadden de Hettieten wetten die voorschreven hoe slaven behandeld moesten worden. En die wetten waren behoorlijk humaan.  Zo staat op een kleitablet de volgende uitspraak: "Als iedereen scheurt het oor van een mannelijke of vrouwelijke slaaf, zal hij betaalt 3 shekels van zilver". Slaven werden zo beschermd tegen bruut geweld van hun eigenaren. Ook waren de Hettieten tegenstanders van de doodstraf. Vaker werd gedwongen slavernij als boete opgelegd.

Ook waren de Hettieten geweldige vestingbouwers. Hun burchten, stadsmuren en stadspoorten zijn imposante bouwwerken. Hun hoofdstad Hattusja was een bouwkundig wonder. Niet alleen militaire gebouwen maar ook talloze bibliotheken zijn teruggevonden. De stads- en paleispoorten waren geflankeerd door stenen poortwachters. Sfinxen en leeuwen hielden de wacht.
Maar de stenen wachters aan de poorten mochten niet baten tegen nieuwe tegenstanders. Rond 1200 v. Chr. werd het Hettitische Rijk overspoeld door volkeren die een woonplek zochten. Uit het westen kwamen de “Zeevolken” en uit Thracië stroomden onder ander de Frygiërs toe. Het Hettitische Rijk ging roemloos ten onder.

 

Heb je over de Hettieten nog vragen? Stuur ze dan naar meester Henk. Misschien weet hij een antwoord.

 

Turkije in de Steentijd

Turkije in de Bronstijd

Nieuwe koninkrijken

De Perzische tijd

De Hellenistische tijd

 

.Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

22-04-2021