Het galgenveld

Het galgenveld was een plek buiten de stadsmuren. Hier stonden de galgenputten en hingen de lichamen van de terdoodveroordeelden. Het galgenveld was vaak op een plek waar veel reizigers langs kwamen. Het was een waarschuwing aan alle vreemdelingen die de stad bezochten: “Let op; in deze stad worden stoute mensen streng gestraft.”


Straffen in de Middeleeuwen.

Had je in de stad iets gedaan wat niet mocht, dan werd je door de schout en zijn rekels opgepakt. De schout moest, namens de landsheer, toezien dat de mensen in de stad zich aan de wetten hielden. Wie dat niet deed, werd in de kraag gevat en in de gevangenis gegooid.

Meester Henk!! Dat was toch in een donkere kerker?

Nee, de gevangenis in de stad was meestal in het stadhuis. Geen eindeloze trappen met donkere kerkers maar gewoon in de kelder van het stadhuis. De meeste stouteriken kregen een boete en werden, na betaling van de boete, weer losgelaten. Soms had de boete wel een vreemde vorm. Je werd dan veroordeeld om met stenen te betalen. Die stenen waren dan voor de stadsmuur of een ander stedelijk gebouw. Je droeg dan je “steentje bij”.

Soms kregen de booswichten een zwaardere straf. Dat waren vaak schandstraffen. Bij schandstraffen werd je letterlijk te schande  gezet. Mensen konden zien dat je iets stout had gedaan. Een bekende schandstraf was de schandpaal of kaak. De schandpaal stond vaak op een plek waar veel mensen kwamen; op de markt of bij een kerk. Je werd dan voor een bepaalde tijd in de schandpaal vast gezet. Voorbijgangers konden je bespotten, je bespugen en met drollen bekogelen. Alles mocht behalve lichamelijk pijn doen. Een andere schandstraf was iemand naakt op een ezel zetten en dan ermee door de stad lopen. Iedereen kon dan zien dat je iets had gedaan wat niet mocht.

Had je iets gedaan waarvan de rechters vonden dat je meer straf moest krijgen dan alleen een schandstraf dan kon je een lijfstraf krijgen. Lijfstraffen bestonden meestal uit publieke geselingen. Op een centrale plek, meestal voor het stadhuis, kregen de misdadigers zweepslagen of klappen met een roede; een lange, buigzame stok. Maar soms waren de lijfstraffen veel gruwelijker. Dan werden dieven veroordeeld tot het afhakken van een hand. Bij meineed werden twee vingers afgehakt en bij liegen werd de tong uit je mond gerukt. Ook werden oren afgesneden en ogen uitgestoken.

Ook kon een lijfstraf  bestaan uit het daadwerkelijk verwijderen van je lijf/lichaam. Je werd dan uit de stad of dorp verbannen. Dat betekende dat je over de stadsgrens of bangrens werd gebracht en je niet meer terug mocht komen. Je werd uit je vertrouwde omgeving verstoten, je werd de klas uitgestuurd. Soms voor een aantal jaren maar soms ook voor altijd.  Om iedereen te waarschuwen dat je een misdadiger was, werd je soms gebrandmerkt. Dan werd met een gloeiendhete ijzer een brandmerk op je voorhoofd gebrand.  Iedereen kon dan altijd zien dat je een misdaad had begaan.
Had je echter iets gedaan wat enorm stout was, een moord of brandstichting, dan mocht de rechter je met dwang ondervragen.

Meester Henk! Wat is met dwang ondervragen?

Eerst werd je gewoon door de rechter ondervraagd. Bleef je ontkennen dan werd de beul geroepen. Je werd opnieuw ondervraagd maar de beul deed je ook veel pijn. In de hoop dat je door de pijn wel zou bekennen. Bekende je door de pijn je misdaden dan moest je altijd je bekentenis nog eens herhalen zonder marteling.

Meester Henk! Hoe deed de beul je pijn?

Het begon met bang maken. De beul liet de martelwerktuigen zien en vertelde daarbij wat hij met je deed. Bekende je nog niet, dan begon het echte martelen. Daarvoor had de beul verschillende instrumenten tot zijn beschikking. Zo was er de pijnbank. Daar werd je bloot op vast gebonden en werd je hoofd afgedekt met natte lappen. De beul goot dan water over je hoofd en lichaam zodat je het idee had te verdrinken. Ook kon de beul een trechter in je mond doen en werd er water naar binnen gegoten zodat je buik helemaal opzwol. Dit was tortuur met water. Maar ook met vuur kon de beul martelen. Dan werden er kaarsen of fakkels onder je oksels gehouden.

Een ander martelwerktuig was de duimschroef. Twee plankjes met scherpe punten die vast gedraaid konden worden door middel van schroeven. Twee duimen er tussen en bij iedere ontkenning werden de schroeven aangedraaid. Dat kon ook met je been. Daarvoor had de beul een beenschroef of “Spaanse laars”. Of met je hoofd. Een metalen of leren band werd om je schedel geplaatst en langzaam aangetrokken.
Bekende de verdachte nog steeds niet dan was er ook nog de wipgalg. Hierbij werden je handen achter je rug vastgebonden. Vervolgens werd je aan je handen langzaam omhoog getrokken. Om de pijn te vergroten, werden je voeten verzwaard met grote stenen.
Er zijn nog vele andere manieren van martelen bekend maar die gaat meester Henk niet opnoemen. Daar krijgt hij nachtmerries van.

Meester Henk! Werden kinderen ook gemarteld?

Nee, kinderen van onder de veertien jaar mochten niet gemarteld worden.  Alleen als een kind verdacht werd van tovenarij of majesteitsschennis, dan mocht men het kind wel martelen. Dus kijk maar uit als je iets naars over koning Willem-Alexander zegt! 
Had je ook zonder marteling bekend dat je de misdaad had gepleegd dan spraken de rechters hun vonnis uit. Bij misdaden waarbij men mocht martelen was dat meestal de doodstraf.
Er waren vele manieren waarop men ter dood kon worden gebracht. Maar het moest altijd in het openbaar worden gedaan. Iedereen moest het kunnen zien.

De meeste ter-dood-veroordeelden werden opgehangen. Aan de galg boven een galgenput. Daar bleef het lichaam zolang hangen dat het uit elkaar viel, de galgenput in. Vrouwen werden meestal niet opgehangen. Dat vond men niet netjes want dan konden de toeschouwers  onder haar rokken kijken. Daarom werden vrouwen meestal verdronken. Of levend begraven.
Een andere doodstraf was het radbraken. Hierbij werd de veroordeelde op een groot houten wiel gebonden. De beul sloeg dan met een ijzeren staaf op de armen en benen zodat alle botten hierin versplinterden. Als laatste kreeg men slag op de ribbenkast waardoor men meestal stierf.
Misdaden die te erg voor deze wereld waren, zoals ketterij en hekserij, werden vaak bestraft met vuur. Vuur reinigde de wereld van het kwaad. Ketters en heksen stierven dan ook vaak op de brandstapel. Soms was de beul hen genadig. Hij bond ze dan een zakje buskruit om de hals.
De meest eervolle en snelle dood was door onthoofding. De beul moest dan je hoofd van je romp scheiden met een bijl of zwaard. Onthoofden is heel moeilijk en gebeurde niet vaak. De beul kon dus niet vaak oefenen. Daarom waren er scherprechters.

Meester Henk! Wat is een scherprechter?

Een scherprechter was een beul die goed was in onthoofden. Een scherprechter begon meestal met oefenen op pompoenen. Die moest hij met één slag door midden slaan. Als hij dat goed kon, dan oefende hij op gevangen straathonden. Daar moest hij met één zwaai met het zwaard de kop van het lichaam scheiden. Na veel oefenen was de beul een scherprechter. Er waren niet veel scherprechters dus reisden zij veel rond om overal hun diensten aan te bieden. Sommigen waren zelfs zo beroemd dat zij tot in het buitenland gevraagd werden. In Holland was de beul van Haarlem een scherprechter. Hij reisde door heel Nederland om stoute mensen te onthoofden.
Maar niet alle straffen waren zo wreed. Soms kreeg een misdadiger een bedevaart als straf.

Meester Henk! Wat is een bedevaart!

Een bedevaart is een reis naar een heilige plaats, een plek die belangrijk was voor christenen. Er waren tientallen bedevaartplaatsen. De bekendste waren Rome, Jeruzalem en Santiago del Compostella.  Voor straf moest je dan een voettocht maken naar een bedevaartplaats. Je moest dan bij terugkeer, d.m.v. een bewijsbrief, laten zien dat je er was geweest. Je begrijpt dat er al snel een levendige handel ontstond in deze bewijsbrieven.

 

 

Bron:
Joel Harrington; Dagboek van een beul. Meester Frantz Schmidt van Neurenberg (1554-1634) Amsterdam, 2013.
Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen. Jaargang 24, no.4. Straffen in de Middeleeuwen. Hilversum,2013.

 


.Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

05/26/2021