Karel ende Elegast

Een beroemd verhaal uit de middeleeuwen was het verhaal van Karel ende Elegast.


"Vraye historie ende al waer mach ic u tellen; hoorter naer!" zijn de eerste regels van een beroemd middeleeuws verhaal: Karel ende Elegast.

De schrijver belooft dat hij een echt gebeurd verhaal vertelt. Maar of dat waar is? Lees maar:

Karel de Grote verblijft op zijn palts in Ingelheim, langs de Rijn. Daar worden de hofdagen voorbereid. Op de hofdagen zullen alle belangrijke leenmannen verschijnen om hun trouw aan Karel te zweren. Karel is vroeg naar bed gegaan en slaapt lekker als een stem hem wakker maakt. Een engel draagt hem op om uit stelen te gaan. Na drie waarschuwingen trekt Karel zijn kleren aan en hij vertrekt stiekem uit het paleis

Daer die conic lach ende sliep,                     Zo lag hij (Karel) daar in bed en sliep
Een heilich engel hem ane riep,                     Toen hem een heilige engel riep.
So dat die conic ontbrac                              Die wekte hem en hij kwam bij,
Bi den woorden den engel sprac.                 Terwijl die engel tegen hem zei:
Hi seide: ‘Staet op, edel man,’                    ‘Ontwaak heer, tijd om op te staan’.
Doet haesteliken u cleder an,                       Doe snel uw kleding en uitrusting aan
Wapent u ende vaert stelen                          En trek erop uit om te gaan stelen.

Karel wordt door de engel bezocht

In een donker bos ontmoet Karel een zwarte ridder. Door een misverstand krijgen zij ruzie en het komt tot een tweegevecht. Midden in het bos vechten Karel en de zwarte ridder een heftig gevecht. De zwarte ridder verliest en Karel dwingt hem te zeggen wie hij is. Het blijkt Elegast te zijn.Elegast was eens een leenman van Karel maar werd door Karel verbannen. Nu steelt hij van de rijken, vooral van de geestelijken.

Hare speren waren sterc .                           Zij gingen op een open plek in het bos
Si versaemden in een perc                           Met hun sterke speren op elkaar los
Met sulke nide onder hem tween.                Zo hard gingen zij ertegenaan
Dat dorse bogen over haer been.                 Dat de paarden door hun benen zijn gegaan
Manlijc vingen si ten swaerde                      Zij grepen ieder naar hun zwaard
Als die vechtens begaerde.                          Echte vechtersbazen te paard
Si vochten een lange wile                             Het gevecht hield zo veel tijd aan
Dat men gaen mochte een mile                     Als waarin men een mijl kan gaan.

Karel kan zich niet bekend maken en zegt dat hij Adelbrecht is. Samen gaan zij uit stelen. Hun slachtoffer is Eggeric, de zwager van de koning. Zij maken een gat in de muur van het kasteel en Elegast gaat naar binnen. Elegast stopt een toverkruid in zijn mond zodat hij dieren kan verstaan. Hij hoort de haan tegen de hond zeggen dat de koning buiten de muur staat. Geschrokken keert Elegast terug naar "Adelbrecht". Karel overtuigt hem dat er geen koning is en dat hij door moet gaan met stelen.

Hi trac en cruut uut enen vate                        Hij haalde een kruid uit een zak,
Ende dedet in sinen monde,                           En deed dat in zijn mond,
Dat hi al verstonde                                        Zodat hij opeens alles verstond
Wat hanen craeien ende honde bilen.             Van hanengekraai en hondengeblaf.
Doe verstont hi ter wilen                                Hij luisterde zo die dieren af
Aen enen hane ende aen enen honde              Toen een haan zei, en daarna een hond
Die seiden, dattie coninc stonde                     Dat buiten de muur de koning stond
Buten den hove, in haer latijn.                        Dat zeiden ze in hun dierenlatijn.

Tijdens de inbraak overhoort Elegast Eggeric. Eggeric vertelt zijn vrouw dat hij samen met andere belangrijke edelen Karel gaat vermoorden tijdens de hofdagen. Zijn vrouw, de zuster van koning Karel, reageert woedend en Eggeric slaat haar een bloedneus. Elegast vangt het bloed op in zijn handschoen. Buiten vertelt hij aan Karel wat hij heeft gehoord.

Als dit die vrouwe hoorde,                             Toen de edele vrouw dit hoorde,
Si antwoorde na den woorde                         Zei zij hem na deze woorden:
Ende seide:’Mi ware liever vele,                    ‘Ik zou er eerder naar verlangen
Dat men u hinge bi der kele,                           Dat ze jou aan de galg zouden hangen
Dan ic dat gedogen soude!’                           Dan dat ik zoiets toe zou staan!’
Eggeric sloech also houde                              Eggeric begon meteen te slaan
Die vrouwe voor nase ende mont,                  Op haar neus en op haar mond
Dat haer dat bloet ter stont                            Zodat het bloed terstond
Ter nase ende ten monde uut brac                  Uit haar neus en mond kwam stromen.

Karel rijdt terug naar Ingelheim en roept een geheime raad bijeen. Hij vertelt van de plannen van Eggeric. Er wordt een val bedacht voor de samenzweerders. Ook Eggeric loopt in de val. Hij wordt voor de koning gebracht die hem van hoogverraad beschuldigd. Eggeric ontkent alles en daagt iedereen uit om met bewijzen te komen. Dan laat Karel Elegast komen. Elegast vertelt wat hij gehoord heeft in de slaapkamer van Eggeric. Zijn bewijs is de bebloede handschoen. Ook daagt hij Eggeric uit voor een godsoordeel, een tweekamp waarin de winnaar door God wordt aangewezen. Een heftig gevecht vindt plaats. Het gevecht duurt uren maar dan, met een geweldige houw, klieft Elegast het hoofd van Eggeric. De overige verraders worden opgehangen.

Elegast krijgt de weduwe van Eggeric, de zus van Karel, en iedereen leeft nog lang en gelukkig.

Elegast bleef in siner ere;                           Elegast behield zijn eer
Dies dancte hi Gode onsen Here               En dankte daarvoor God de Heer
Die coninc gaf hem Eggeric wijf;               De koning heeft hem Eggerics vrouw gegeven
Si waren tsamen al haer lijf.                      Om nog lang en gelukkig met haar te leven.
Aldus moet God onse saken                     Zo moge, vóór onze dood, ook God de Here
Voor onse doot te goede maken;              Ons leven nog ten goede doen keren;
Des gonne ons die hemelsche vader          De Hemelse vader geve ons dit allen samen
Nu segget ”Amen” alle gader.                   En zeg nu allemaal: “Amen”.

Dit was het verhaal van Karel ende Elegast.

Bron: Karel ende Elegast. Het mooiste Nederlandse ridderverhaal uit de Middeleeuwen. Bezorgd en ingeleid door A.M.Duinhoven. Vertaald door Karel Eykman. Amsterdam, 1998. Prometheus/Bert Bakker (Nederlandse klassieken).

Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Maart 31, 2016

  
Terug naar Karel de Grote

 

 

 

 

 

 

Boekomslag van Karel ende Elegast.

 

 

 

Titelpagina van een oude druk van Karel ende Elegast.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar Karel de Grote